vernieuwen Pagina Vernieuwen | Naar Beneden 
SchrijverTekst
warket

03/05/2008
17:40:42
Titel: Fietstocht



De slaapkamer stinkt naar alcohol, zegt ze als ze mij wakker maakt.
Dan zal ik in het vervolg minder wijn drinken voor het slapen gaan, antwoord ik.
Ze gaat met vollemaan en twee vriendinnen op reis. Ze logeren halfpension heb ik begrepen. Ik krijg een zoen voor ze vertrekken.
“Gedraag U” zegt zijbijmij.
Aaanvankelijk was ik van plan om naar Amsterdam te fietsen maar Stef gaat ook op reis. Ik blijf thuis. Iemand moet voor de hond zorgen. Katten kan je alleen laten. Die trekken hun plan. Sommige honden ook maar mijn hond lijdt aan suikerziekte. Ze heeft elke morgen een spuitje nodig.
14h: Af en toe wat regendruppels tussen opklaringen. De wind valt mee. Ik fiets naar Breda. Met wat geluk en veel doorzettingsvermogen ben ik morgenmiddag weer thuis. Dat spuitje kan tot dan wel wachten.
Een tent of een slaapzak heb ik niet nodig. Het wordt een voltijdse rit. Ik neem een fles wijn en water mee.
Fietsroutekaarten vind ik niet in de lade maar de weg ligt mij van vroeger nog min of meer in het geheugen.
16h: In de omgeving van Haacht verdwaal ik plots. Hoofdwegen die naar Mechelen leiden vermeid ik als de pest. Het moet langs veldwegen en dorpen. Dan maar de zon. Rond dit uur staat die iets voorbij het Zuiden. Antwerpen ligt Noord-West. Dat kan nooit mis gaan als ze blijft schijnen.
17h30: Ik heb het kanaal Leuven-Mechelen toevallig ontdekt. Tot mijn verbazing heb ik amper dertig kilometer vooruitgang in vogelvlucht geboekt. Verbijsterd ben ik echter niet. Het begint grappig te worden.
Altijd rechtdoor op het jaagpad naast het kanaal begint na een half uur te vervelen. Gelukkig was er die regenbui. Ik zag het op me afkomen. Een donkergrijs wolkendek waar geen baksteen zou doorvallen. Je zag hoe het in de verte een regengordijn mee droeg. Het begon koud te waaien en te schemeren. Ik had nog net de tijd om onder een laagboom te schuilen.
Prachtig is dat wateroppervlak door slagregen gestriemd. Het word tijd om van de wijn te proeven. Aan een kurkentrekker had ik niet gedacht. Dan maar met de schroevendraaier proberen.
Floeps, wijnvlekken op mijn jas.
Een kwartier later klaart het op. De zon zal de rest van de dag blijven schijnen.
Rond twintig uur komen de kaaien en de haven in zicht. Ik wil een pakje friet. Verder dan hier ga ik niet. De stad trek ik niet meer in. Alleen nog aan de kaaien zitten met een pakje friet tot de zon is onder gegaan en elke slagschaduw verdwenen is.
Ik denk aan haar, hoe ze nu bij een viergangenmenu aan tafel zit. Ik hoor hun stemmen, hun lach, en moet bekennen dat ik me nu heel even eenzaam voel. Ik blijf hier tot het donker is.
Nu, in het donker ga ik terug langs stegen en dorpen. Zolang er tegenwind is weet ik dat ik huiswaarts keer.
Opnieuw kom ik bij het kanaal. Op het jaagpad kijk ik naar het lichtschijnsel van de fietslamp. Af en toe zie ik een vleermuis voor me heen. De insecten vliegen zich te pletter in mijn mond. In Leuven zal ik een trapistenbier drinken om alles door te spoelen.
3 uur ‘ s morgens: In Leuven op de oude markt zijn de cafés nog vol. Jongerencafés. Te veel lawaai zelfs in dovemansoren. Ik zie het met mijn ogen.
Wat komt die ouwe op dit uur hier nog doen vragen ze zich dan af.
Er is nog water in de fles. Ik heb amper nog vijftien kilometer te gaan. Halverwege in het veld, rustend in een grasberm drink ik het restant uit de waterfles. Er staan sterren tussen de wolken. Het is windstil.
Ook al ben ik bijna thuis, ik verkies om in de berm te slapen.
Niemand wacht op mij.



 Naar Boven

Reageer op deze Tekst:

Naam:
Email:
Publiceer mijn E-mail:
Titel:
Proza: