vernieuwen Pagina Vernieuwen | Naar Beneden 
SchrijverTekst
kees niesse

26/04/2008
19:14:05
Titel: Dat kreng blijft aan de gang,



Dat kreng blijft aan de gang.

‘’Zullen we eindje gaan wandelen Mien, het is mooi weer?’’
‘’Ben je wel goed bij je hoofd man, het giet. Ik blijf mooi thuis.’’
‘’Het is maar een bui darling, kijk maar de lucht klaart al weer op. Het is nou aa weer half april, maar over dat geklets van klimaatverandering hoor je niks meer. Vorig jaar was het in april bloedheet en toen zeiden ze, zie je wel, dat het klimaat warmer wordt, maar nu merk ik er niks van. De kachel moet nog steeds aan, vooral avonds.’’
‘’De natuur maakt de dienst uit Wouter, zo zit dat.’’
De hemel was weer opgeklaard, dus trokken ze hun jas aan en gingen ze toch maar wandelen.

Hij zag er keurig uit in zijn zwarte pak, stropdas en hoed, maar Mien nam het niet zo nou met de kleding. Weer die lange gebloemde jurk en daarover een spijkerjasje. Verder die onafscheidelijke witte sokjes en platte bruine versleten schoenen. Voor haar kapsel gaf je geen stuiver. Van permanent had ze nog nooit gehoord. Dat steile grijze haar wapperde alle kanten op, geen gezicht. Mien viel op door haar lengte van bijna twee meter en haar omvang. Voorbijgangers keken met een glimlach naar die twee. Zij naast dat kleine manneke en het leuke was, dat ze hem vasthield met de hand, net of ze een kind vasthield. Arm in arm lopen was natuurlijk onmogelijk, want dan moest hij hangen.

Opeens zag Mien buurvrouw Carla hen tegemoet komen. Ze schrok wel een beetje en zei:
‘’Daar heb je dat kreng ook weer’’, zei ze nijdig.
‘’Wie darling?’’
‘’Je buurvrouw.’’
Wouter zag haar ook en kreeg een vrolijk gevoel over zich.
Mien kon haar niet uitstaan, omdat ze herhaaldelijk haar vent probeerde te verleiden. Ondanks het grote leeftijdsverschil en ook nog het feit, dat ze lesbisch was, viel ze op de veel oudere Wouter. Ze vond het zo’n leuk mannetje, omdat hij zo opschepperig over alles en nog wat kon kletsen.

Carla was een gescheiden jonge knappe vrouw met lang blond krullend haar en ze imponeerde alle mannen met haar grote borsten, die altijd half te zien waren als het weer het toeliet. Bijna alle mannen keken om als ze voorbij waren gelopen en kregen een stomp in hun zij, wanneer hun vrouwen naast hen liepen. Zo ook Wouter, maar hij hield zich nu gedeisd toen ze elkaar naderden. Hij groette haar met een knikje en een brede glimlach om zijn mond. Dat werd door haar beloond met een knipoogje en een gebaar van haar duim tussen twee vingers en een gulle lach. Mien zag het en werd woedend en kwam op haar af om haar een hengst te geven, maar Carla was al gauw doorgelopen, want ze was bang voor Mien.


‘’Zeg ouwe, dat moet eens afgelopen zijn met dat wijf. Ze zit je gewoon op te naaien. Ik haat dat kreng. Laten we maar verhuizen.’’
‘’Maak je niet zo druk mens, er is toch niks aan de hand. Ze doet het alleen maar om jouw te pesten en je hebt ook een beetje schuld, want je bent helemaal niet aardig tegen haar.’’
‘’Mag ik alsjeblieft kwaad zijn op dat sujet. Ik kan nog kwaad worden hoe ik jou vorige week betrapte in de steeg naast het huis. Ze stond jou gewoon op te wachten.’’
‘’Ja, dat weet ik Mien, maar ik weerde haar af toen ze mij plotseling omhelsde en begon te zoenen.

‘’Daar geloof ik niks van, je vindt het maar fijn als ze je betast. Ze blijft aan de gang en ze zegt nog wel, dat ze op vrouwen valt.’’
‘’Ik weet het ook niet darling, maar ik zit er maar mee en je weet heel goed, dat ik niet meer op haar avances inga. Misschien denkt ze wel, dat ik een gouden piemel heb.
Mien moest hardop lachen en zei:
‘’Jij een gouden piemel, laat me niet lachen man. Met een sterrenkijker zie je nog niks.’’
Hij ging daar maar niet op in en zei:
‘’We hebben het toch weer goed samen hé darling. Je weet best, dat ons huwelijk een sleur werd. Seks hadden we nauwelijks en als ik het weer eens probeerde, zei je dat je barstte van de koppijn. Mijn joepie vond dat niet leuk.’’

Na een poosje liepen ze in een nette gedeelte van het dorp. Mooie villa’s stonden daar met prachtige verzorgde tuinen.
‘’Daar kan je een voorbeeld aan nemen ouwe. Die tuinen worden tenminste goed onderhouden. Moet je deze eens zien met die vijver en mooie bloemen en planten. Onze tuin heeft alleen maar gras en een hek die steeds omvalt en in onze achtertuin staat alleen een boom en verder overal lege bierblikjes op de grond. Je bent gewoon een luie flikker Wouter. Glazen bier heffen, daar ben je goed in, asociaal figuur.’’
‘’Praat alsjeblieft wat zachter darling, zit me hier niet zo zwart te maken. Moet dat wijf daar dat horen?’’
Een aristocratisch uitziende vrouw met een hoog grijs kapsel keek met een minachtende blik naar Mien. Ze zal wel gedacht hebben, daar loopt ma Flodder.

Net op het moment, dat ze de hervormde kerk passeerden kwam de hun bekende dominee Takkenbos naar buiten en zei:
‘’Wat leuk, daar hebben we de familie Jansen, Wouter en Mien hé, geloof ik?’’
‘’Dag dominee.’’ Meer wist Wouter niet te zeggen. Hij schaamde zich een beetje, want ze waren al jaren niet meer naar de kerk geweest. Natuurlijk kregen ze dat van de dominee te horen.
‘’Wat heb ik jullie een tijd niet meer gezien, want dat vind ik erg jammer. Jullie waren vroeger van die trouwe bezoekers op zondag. Ik zou het fijn vinden als jullie weer in Gods huis komen.’’
Het echtpaar voelde zich erg ongemakkelijk bij de woorden van de predikant en wisten niet zo gauw wat te zeggen. Wouter keek nederig voor zich uit en voelde zich beschaamd, want hij was tijdelijk weer gelovig geweest, maar liet het er weer bij zitten. Hij begon er niet over tegen Takkenbos. Eindelijk nam Mien het woord.

‘’Dominee, u weet toch, dat mijn man een ongelovige Thomas is en dat ik ook begon te twijfelen aan het bestaan van God.’’
‘’Dat lieg je Mien, ik las de laatste tijd veel in het Nieuwe Testament en zette mijn pet tijdens het eten weer af en ik ging ook weer bidden voor het eten.’’
‘’Ja, en hoe. Wie vraagt nou aan God of hij het bier goedkoper kan maken in het café en in de winkels. Dat doet alleen een idioot. ‘’
Takkenbos had het niet meer en kreeg de ene lachbui na de andere en zei:
‘’Rustig mensjes, het komt allemaal wel goed met jullie. De Heer houdt van jullie, geloof mij maar en kom maar weer terug in de kerk. Als de dienst afgelopen is kan je om de hoek bij café Rooie Dries een pintje nemen.’’

‘’Geen sprake van dominee, want als mijnheer eenmaal in een café zit, is hij er niet meer uit te rammen. Ik beloof u, dat we de volgende zondag de dienst zullen bijwonen.’’
‘’Dat vind ik fijn Mien, gezegend zijn jullie.’’
En ze gaven de dominee een hand en liepen verder.
‘’Zeg Mien, ben jij effen van de pot gerukt. Nou denkt die vent, dat we volgende week komen en ik moet klaverjassen bij Rooie Bart. Dat gaat voor.’’
‘’Jij gaat mee naar de kerk, want ik wil, dat je de geboden van God niet meer saboteert. Heb je dat begrepen Wouter?’’
‘’Ja Mien.’’
En zo geschiedde.

Kees Niesse.









 Naar Boven

Reageer op deze Tekst:

Naam:
Email:
Publiceer mijn E-mail:
Titel:
Proza: