vernieuwen Pagina Vernieuwen | Naar Beneden 
SchrijverTekst
kees niesse

21/04/2008
19:39:40
Titel: Lief vogeltje van mij.



Lief vogeltje van me.

Eindelijk is de lente er. De hemel was bijna onbewolkt en de al krachtige zon liet haar warme stralen voelen. De natuur begon weer te leven. Ook zag ik de bomen en struiken weer een beetje groen worden. Wat was ik blij. Toen ik even in de tuin was en plaats had genomen in een rieten stoel genoot ik van het gesjilpt van de vogels, die weer druk bezig waren hun nestjes te bouwen. Na een kort slaapje werd ik opeens wakker, omdat ik iets tegen mijn wang voelde pikken. Ik keek en was stomverbaasd, want de mij bekende merel zat op mijn schouder en gaf mij kopjes tegen mijn wang. Ik was al een hele tijd bevriend met haar. Heel aandoenlijk vond ik dat. Waar maak je dat mee, dat je een vogel tot vriend hebt en die zo dicht bij je is.

Maar er was ook een muis, die mij niet lief had. Een brutale muis was het en hij was er ook weer. Vorig jaar toen het zo warm was in april was hij er ook en liep gewoon over mijn blote voeten en keek met zijn spitse kopje schuin omhoog en zei tegen mij:
''Nare man, ben je er ook weer.’’
Volgens mij kon hij het niet uitstaan, dat ik het vogeltje lief behandelde en hem niet. Nu liep hij ook weer over mijn pantoffels en spuwde daarop en trippelde gauw weer verder. Ik wist, dat hij ook een hekel had aan de merel en de merel aan hem. Het was gewoon oorlog tussen die twee.

Op een dag gebeurde het. De muis loerde naar het nest van de merel, want de boef wist natuurlijk, dat er eieren in lagen. Wanneer de merel was uitgevlogen, dan nam hij zijn kans waar en glipte het nest van de merel binnen en knaagde aan de eieren. Op een gegeven moment lag er nog maar één ei in het nest. Toen de merel terug kwam op zijn nest en nog maar één eitje zag, kreeg hij traantjes in zijn oogjes. Wat was ze bedroefd en kwam naar mij toe om raad te vragen wat te doen. Dus was hij weer naar mij toegevlogen en nam plaats op mijn schouder en pikte met zijn snaveltje tegen mijn wang. Ik werd er wakker van en zei:
‘’Zo, ben je er weer lief vogeltje?’’
Ik keek naar zijn kopje en hij keek mij verdrietig aan.
‘’Wat is er lief vogeltje. Is die muis soms weer in je nest geweest.?’’

‘’Ja lieve mijnheer, hij is er weer geweest en heeft twee kindjes van mij opgegeten. Ik ben zo verdrietig. Ik heb uw raad nodig mijnheer. Kunt u niet op mijn nest letten?’’
‘’Dat gaat niet altijd lief vogeltje. Een mens heeft ook andere werkzaamheden en ik kan niet de hele dag in de tuin zijn. Je moet zelf maar beter opletten of je nest op een plaats bouwen, dat de muis er niet bij kan.’’
Dat was tegen het zere pootje van de merel, want hij begreep niet, dat het voor mij niet mogelijk was de hele dag op zijn nest te letten.
Hij begon nu zachtjes te wenen en zei stotterend:
‘’Dat vind ik gemeen van u. U bent toch een mens en God heeft u geschapen om de dieren lief te hebben. Van u hoef ik ook niets te verwachten.’’
De merel wilde boos wegvliegen, maar ik kreeg medelijden met hem en zei:
‘’Luister eens lieve merel, hier heb ik een plan om de muis uit te schakelen. Ik wil de muis niet doden, want ik ben lid van de dierenpartij en die heeft dat verboden. Ik zal je nog wat anders vertellen lief vogeltje. Vannacht lag ik in bed en had overal jeuk. Ik deed het licht aan en zag wel tien vlooien heen en weer springen. Mijn benen zaten vol vlooienpikken. Ik wilde de vlooien dood maken tussen mijn nagels, maar mijn vrouw was ook wakker geworden en gaf mij een draai om mijn oren, want ze zei:

‘’Kees, je gaat die vlooien toch niet dood maken hé, ik waarschuw je, want dat mag niet van de dierenpartij.’’
Dus liet ik ze maar heen en weer springen. Je went er wel aan, dacht ik.
‘’Moet je horen lieve merel. Ik heb een idee. Vlieg naar het weiland verderop en maak van een paar grassprieten een stevige pijl. Ga dan terug en verstop je achter een struik in de buurt van je nest en wacht de muis op. Wanneer je hem ziet aan komen sluipen, dan neem je de pijl klemvast tussen je pootjes en schiet hem af als je de muis dichtbij ziet. Probeer het maar.’’
‘’Wat een goed idee mijnheer. Ik begrijp het volkomen. Een mens mag een dier niet doodmaken, maar een dier mag wel een ander dier dood maken, want wij hebben ander wetten in de dierenwereld. Ik ben u erg dankbaar en ga het proberen.’’

De volgende dag zat ik weer in de tuin en wachtte af. Ik was benieuwd of de muis weer zou komen. De merel had ik niet meer gezien. Die zou zich waarschijnlijk achter een struik verstopt hebben om de muis op te wachten. Net toen ik weer weg dommelde voelde ik de muis weer over mijn voeten lopen en weer schold hij mij uit voor een domme kerel. Laat maar gaan, dacht ik. Even later hoorde ik een hevig gepiep en hoorde de muis zeggen:
‘’Attenoje, wie flikt dat. Ik zag hem met een graspijl in zijn rechteroog naar mij toe rennen en riep kwaad naar mij:
‘’Heb jij dat geflikt schooier.’’
Ik gaf geen antwoord en deed net of ik sliep.

Van de pijn liep de muis gillend in de rondte. Waarschijnlijk was zijn gezichtsvermogen achteruit gegaan, want net op het moment, dat mijn vrouw met een dienblad met twee knopjes koffie en een paar kano’s de tuin in liep, schrok de muis zich het apezuur en sprong hysterisch met een noodsprong op het dienblad. Mijn vrouw schrok zich een ongeluk en liet het dienblad vallen. Met een daverende klap viel alles op de stenen grond. De muis rook de koek en smulde er heerlijk van. Mijn vrouw was helemaal van de kaart en moest ik bijbrengen met eau de cologne. Toen de muis genoeg van de koek had sprong hij weer als en wilde in de rondte, want de pijl zat nog steeds in zijn oogje. Ik kreeg medelijden met hem en wist hem te pakken.


‘’Help me mijnheer’’, riep hij.
‘’Oké, dat zal ik doen, maar dan moet je mij beloven nooit meer de merel lastig te vallen en ook niet meer zijn nest in sluipen om de eieren op te eten. Beloof je dat?’’
‘’Ja mijnheer en wilt u nu de pijl, uit mijn oogje halen, want ik zie bijna niks meer?’’
Ik haalde het pijltje uit zijn oog en smeerde er wat zalf op en zei:
‘’Ga nu een poosje slapen, dan zal het wondje gauw genezen en kan je weer alles zien. Kom vanavond effen bij mij in de keuken, dan leg ik daar wat stukjes kaas voor je neer en ik wil ook hebben, dat je vrede sluit met de merel.’’

‘’Dat doe ik mijnheer en ik verheug mij op de stukjes kaas. Mag ik vragen wat voor kaas mijnheer?’’
‘’Edammer kaas, muis.’’
‘’Heerlijk, dat is mijn favoriete kaas en nu ga ik vrede sluiten met de merel.’’
Aldus geschiedde.

Kees Niesse.





 Naar Boven

Reageer op deze Tekst:

Naam:
Email:
Publiceer mijn E-mail:
Titel:
Proza: